Werkgroep Armoede en Politiek
Op 28 mei 2010 herstelt
vereniging BUS een traditie door het houden van een dag, waarbij belangrijke
zaken voor de doelgroep worden voorgelegd aan 'de politiek'.
De inzet van deze politieke
dag ligt in het verlengde van de activiteiten van de Werkgroep Armoede en
Politiek, WAP, die vorig jaar tijdens een bijeenkomst een handreiking over de
bevordering van het gebruik van inkomensondersteunende regelingen
presenteerde.
Onderdeel daarin is ook de
omgang met de uitvoerders en de lokale politiek.
Dit keer - kort voor de
Tweede Kamerverkiezingen- wordt een deel van het doel van deze handleiding
voorgelegd aan landelijke politici, in de vorm van twee stellingen.
De eerste stelling betreft
het oormerken van armoedegelden vanuit 'Den Haag' en de tweede stelling betreft
uitbetaling met terugwerkende kracht als minima, aantoonbaar, niet correct
geïnformeerd werden.
Alle politieke partijen
waren uitgenodigd. Vijf partijen, en zeker niet de minste, geven acte de
présence ; CDA, D66, PvdA, GL en SP. Van vier partijen - VVD, Christen Unie,
SGP en de Partij voor de Dieren - kwamen afmeldingen binnen vanwege tijdsgebrek
of gebrek aan mensen en van twee - PVV en TON - kwam geen reactie.
De zaal is nokvol met ruim
zeventig afgevaardigden vanuit de ledengroepen van BUS en ongeveer dertig
beleidsmakers ; gemeenteraadsleden, ambtenaren en een enkele (oud)wethouder.
De Werkgroep Armoede en
Politiek organiseert de dag, ondersteund door vaste medewerkers Frank Zitter en
William Peters. Een keurig in het pak gestoken Jur Froma verwelkomt iedereen
aan de deur en leidt hen richting inschrijving bij gastvrouw Ephelyn Tjong
Ayong en eerder genoemde Frank.
Marc Albers, voorzitter van
de WAP, heet iedereen van harte welkom en komt, na enkele huishoudelijke
mededelingen, al snel tot het doel van de dag.
Hij refereert aan een recent
manifest van de Sociale Alliantie, waarin opgeroepen wordt tot het armoedevrij
maken van Nederland per 2020. Daarbij doelt men niet alleen op financiële
armoede, maar vooral ook op sociale armoede.
BUS is één van de vele
organisaties die dit manifest onderschrijft en ondersteunt.
Ook de WMO, Wet
Maatschappelijke Ondersteuning, passeert kort de revue.
De grondslag van deze wet
behelst het recht en de plicht om te participeren in een toleranter,
transparanter en eerlijker samenleving.
Er zijn een paar zaken die
alleen door onduidelijke of niet aanwezige regelgeving fout gaan. Marc hoopt
dat wij daarvoor vandaag een eenduidige oplossing vinden en overeenstemming
bereiken. Hij vraagt het publiek daarom om zich bij de stellingen te houden en
verre te blijven van verhitte discussies met aan het eind van de dag de
waarheid ergens gewond in het midden.
Trots blikkend op de
panelleden, weet Marc één ding zeker. Welke prognose ook gevolgd wordt, hier is
een ruime meerderheid van de Tweede Kamer na 9 juni vertegenwoordigd. We kunnen
dus zaken doen richting gelijke behandeling !
Onder leiding van William
stellen de, toekomstige, Kamerleden zich voor.
Aan de paneltafel zitten Constantijn Dolmans (D66), Gon Mevis (Groen
Links), Elly Blanksma (CDA), Hans Spekman (PvdA) en Nico Heijmans (SP).
Terug
aan de spreekstoel leidt Marc de eerste stelling in.
Als het NIBUD het inkomen
van minima berekent, dan wordt er van uitgegaan dat iedereen maximaal gebruik
maakt van alle gelden die Den Haag voor hen in het gemeentefonds stort. Dat
veel van deze gelden niet terechtkomen is bekend, het zogenaamde
“Niet-Gebruik”. Er zijn grote verschillen per gemeente en daardoor is er grote
ongelijkheid tussen burgers van verschillende gemeenten.
Bij een aantal gemeentes
verdwijnt veel geld, bestemd voor minima, uiteindelijk in de pot algemene
middelen en mag dan overal aan besteed worden. Heel zwart gezegd loont het dus
om mensen niet goed over hun rechten te informeren en dat is niet acceptabel.
Als Den Haag geld bestemt voor de zwakkeren in onze samenleving, dan dient dat
geld ook aan hen uitgegeven te worden volgens eenduidige regels. Gemeenten die
geld overhouden dienen beboet te worden. Marc heeft wel ideeën over hoe dat zou
moeten, maar wil dat eerst een paar zaken aan de basis goed afgesproken worden.
Daarom deze dag.
Hoeveel geld aan minima
wordt uitgegeven bepaalt de, door ons gekozen, politieke macht. Als die macht
iets toekent, bent u het dan met elkaar eens dat deze gelden niet voor andere
zaken uitgegeven mogen worden door ze vast te leggen, middels het zogenaamde
oormerken ?
Tijdens de ochtendsessie
reageren alleen de panelleden. Met het publiek is afgesproken dat zij vragen en
opmerkingen opschrijven ter behandeling in de middagsessie. William leidt de
paneldiscussie over het oormerken.
Hier volgt een samenvatting
van hun reacties :
Constantijn Dolmans (D66) vindt het geen goed idee om de gelden voor armoedebestrijding
te oormerken. Vrijheid in de besteding van het gemeentefonds biedt naar zijn
mening meer mogelijkheden voor effectieve armoedebestrijding. Bij oormerken van
gelden zijn gemeenten afhankelijk van wie aan het bewind is in het Haagse. Gemeenten
dienen hun eigen keuzen te kunnen maken, waarbij die keuzen natuurlijk wel in
volledige openbaarheid gemaakt moeten worden.
Nico Heijmans (SP) is een totaal andere mening toegedaan. Gemeenten
gaan het moeilijk krijgen om hun begrotingen rond te krijgen. Oormerken is
daarom een goede manier om gemeenten te stimuleren aandacht te blijven houden
voor het armoedeprobleem.
De PvdA is bij monde
van Hans Spekman geen voorstander van oormerken. Er is vanuit 'Den Haag'
480 miljoen euro extra ter beschikking gesteld voor armoedebestrijding. Dat
geld moet goed gebruikt worden en er blijft nog te veel op de plank liggen.
Daar ligt ook een taak voor cliëntorganisaties. Oormerken van gelden zou tot
onderlinge rivaliteit tussen gemeentelijke bestuurders kunnen leiden: de andere
lokale wethouders zouden 'hun' geld eveneens geoormerkt willen zien.
Elly Blanksma (CDA) is evenmin voor oormerken van armoedegelden. Het CDA
bepleit extra budgetten, een betere monitoring van gemeenten en verbetering van
de efficiëncy bij gemeenten, maar is niet voor oormerken. Het geld moet terecht
komen waar het hoort en dat zijn in haar ogen vooral de gezinnen met kinderen.
Gemeenten kunnen daar het beste voor zorgen.
Ook Gon Mevis (Groen
Links) waarschuwt voor de risico's van oormerken. Het belangrijkste is dat
het netto inkomen van de mensen in armoede omhoog gaat. Daartoe hebben
gemeenten verschillende mogelijkheden en die zouden juist ingeperkt worden als
armoedegelden worden geoormerkt.
Het publiek doet goed mee en
zit druk te schrijven. Enkelen houden zich merkbaar in. Ook Marc heeft moeite
om niet mee te discussiëren. Hij geeft het goede voorbeeld door zich te
beperken tot zijn inleiding op de tweede stelling.
Onze eerste stelling ging er
over dat gemeentes geld voor minima alleen aan hen mogen uitgeven. De tweede
stelling borduurt daarop voort.
Gemeenten hanteren al
decennia het principe om alleen onder de hoogste dwang met terugwerkende kracht
uit te betalen. “Niet gevraagd, pech gehad !”.
Dat moet voor onze zwakkere
minder mondige medemens, met hulp en regelgeving uit Den Haag, heel snel
veranderen. Als gelden voor minima geoormerkt worden en er financiële sancties
zijn dan is het in het belang van de gemeente om iedere mogelijkheid aan te
grijpen om tot uitbetaling over te gaan.
Dat geldt dus ook voor die
gepensioneerde met alleen A.O.W., die bij het WMO-loket huishoudelijke hulp
aanvraagt. Die moet niet alleen te horen krijgen wat de eigen bijdrage wordt,
maar er moet direct gekeken worden of deze mogelijk recht heeft op inkomensaanvullende
voorzieningen. De ene gemeente zal regelgeving in deze alleen maar logisch
vinden, maar gemeentes die gewend zijn aan grote overschotten van het, voor
minima bestemde, geld zullen het zien als een aanslag op hun budget.
Als achteraf blijkt dat
iemand geld is misgelopen doordat deze niet correct en volledig geïnformeerd
was, dan moet deze dat geld met terugwerkende kracht en wettelijke rente alsnog
ontvangen.
William leidt de discussie
weer en vraagt de panelleden of zij bereid zijn om gemeentes via duidelijke
regelgeving te sturen om hun burgers volledig te informeren als zij bij hen aan
het loket komen.
Hier volgt een samenvatting
van de reacties op de tweede stelling :
D66 kan wel sympathie opbrengen voor deze stelling.
Armoede is een complex probleem met veel facetten. Inzicht in de persoonlijke
situatie van betrokkenen wordt bemoeilijkt door regelgeving rond de bescherming
van privacy. Ambtenaren zouden daarom moeten doorvragen om tot de kern van het
probleem door te kunnen dringen. De stelling zou daarvoor een aanmoediging
kunnen zijn. Daarnaast dient er volgens Constantijn Dolmans eveneens aandacht
te zijn voor de doelgroep die zich niet meldt bij het gemeentehuis, zoals de
groep van werkende armen.
Ook de SP ziet de
stelling als een aanmoediging om verder te denken over het probleem van
niet-gebruik. Gemeenten hebben de plicht om mensen op hun rechten te wijzen en
als mensen recht hebben op betaling dan moet dat ook met terugwerkende kracht
kunnen. Dat is een extra prikkel voor de gemeenten om hun best te doen. Dus
eens met de stelling. Waarbij de aantekening dat alle huidige (gemeentelijke)
oplossingen voor wat betreft de SP als 'second best' bestempeld kunnen worden.
De beste oplossing is volgens Nico Heijmans: uitkeringen omhoog, net zoals het
minimumloon.
De PvdA is het ook
eens met de stelling. Veel mensen weten nauwelijks waar ze recht op hebben. Via
koppeling van bestanden zou er al een hoop bereikt kunnen worden, maar er is
meer nodig, zoals bijvoorbeeld hetgeen wordt voorgesteld in de stelling.
Daarnaast dienen gemeenten verder te kijken dan de bekende doelgroep, gemeenten
moeten contact zoeken met de nog onbekende doelgroep.
Door het CDA wordt
vooral ingezet op het terug dringen van de complexiteit van de regelgeving. De regelgeving
dient gestructureerd te worden en case managers dienen ondersteund te worden
bij hun werk. Daarmee is een 'prikkelwerking', zoals in de stelling, overbodig.
Dus oneens met de stelling.
GroenLinks kan de stelling niet helemaal onderschrijven en
wijst vooral op het belang van preventie van armoede: het sociaal minimum moet
omhoog.
Hans Spekman verlaat, onder
dankzegging, de zaal om naar een volgende bijeenkomst te gaan. Door de
forumleden is (terecht) aan de orde gesteld dat de gemeentelijke regelingen
verder reiken dan alleen de minima, die bij de gemeente aan het loket komen.
Ook mensen met een uitkering van het UWV en werkende armen vallen onder de
doelgroep van deze regelingen.
Dat sluit goed aan bij één
van de reservestellingen van de WAP.
Omdat er nog tijd over is
voor de lunch legt Marc deze voor aan het panel.
Binnen Europa wordt
voorgesteld dat er sprake is van armoede bij een inkomen van minder dan 60% van
het gemiddelde inkomen van de betreffende lidstaat.
Kunnen de panelleden zich daarin
vinden of vinden ze dat de armoedegrens anders bepaald moet worden ?
De reacties van de
overgebleven vier :
GroenLinks kan akkoord gaan met een dergelijke afbakening. Zo
kan denivellering worden tegen gegaan. Ook D66 kan zich vinden in een
afbakening aan de hand van het gemiddelde inkomen. Volgens het CDA
liggen de inkomens en uitkeringen in Nederland al op een goed niveau. We moeten
daarom kijken naar de individuele situaties. Herinnert de aanwezigen er aan dat
ook de mensen met grote vermogens zijn getroffen door de financiële crisis. Het
CDA zet in op het scheppen van banen, niet op nivellering. Daarom nadruk op het
stimuleren van de "onderkant" van de arbeidsmarkt.
Voor de SP dienen de
"hoge" uitkeringen en minimumloon in Nederland afgezet te worden
tegen de (stijgende) vaste lasten. SP is voorstander van de Europese norm.
De middagsessie is voor de
panelleden optioneel. Door hun drukke agenda hadden enkelen anders helemaal
niet kunnen komen. Tijdens de lunch hebben de WAP-leden uit de vele opmerkingen
en suggesties een vijftal zaken gedistilleerd voor de zaaldiscussie ‘s middags.
Iedereen is erg verheugd als drie panelleden wederom plaatsnemen, alleen Elly
Blanksma kan tot haar spijt niet langer blijven.
William leidt de
middagsessie vanaf het podium en Marc loopt in de zaal rond om het publiek de
microfoon te reiken. Er willen zo veel mensen reageren dat al snel beiden met een microfoon door de zaal lopen. Ze
wisselen elkaar goed af en beperken zich tot korte opmerkingen tussendoor. Het
publiek stelt vragen en maakt opmerkingen. De panelleden reageren per
toerbeurt. Van het vijftal zaken komt alleen het eerste aan bod en zelfs
daarvoor is de tijd van de middagsessie nog te kort :
Hoe ver wil "Den
Haag" gaan om gemeenten te sturen om de mensen te bereiken?
GL: Zij zullen zeker moeten
kijken naar de hoogte van diverse uitkeringen.
SP: Gemeenten moeten vooral
in staat zijn om aan armoedebestrijding te doen.
D66: Mensen moeten vooral
met elkaar kunnen samenleven geholpen door een beter besteedbaar inkomen. Wij
zijn tegen bestandskoppeling.
Kort weergegeven wat de
partijen er globaal over denken. Het is ondoenlijk voor onze dagnotulisten, Jan
van Bladel en (weer) Frank, om alles bij te houden. De zaal bruist en veel
zaken passeren de revue. Men borduurt voort op de antwoorden van de ochtend en
er wordt goed op elkaars suggesties gereageerd.
Iemand noemt een casus
waarbij zelfs de rechter maar gedeeltelijk betaling met terugwerkende kracht
toekende.;
De voors en tegens van de
Wet op Privacy komen ter sprake; Moet categorale bijstand opnieuw ingevoerd en
kinderbijslag inkomensafhankelijk worden ?;
Mensen in armoede leven 7
jaar korter; Armoedebestrijding is niet alleen geld geven; Grote werkgevers
laten mensen werken voor 4 euro per uur; De armoedeval en het teveel aan
regeldruk; De landelijke politiek schuift maar door en de materie is zo
ingewikkeld dat het voor plaatselijke politici niet meer te volgen is.
Door een voormalige
wethouder wordt de rol van cliëntenraden aan de orde gesteld. Kunnen zij
daadwerkelijk bijdragen aan een beter gebruik van de regelingen, zoals door de
forumdeelnemers wordt geopperd ? Op basis van deze opmerking ontspint zich een
discussie over de rol en het functioneren van cliëntenraden. Ook hier blijken
grote lokale verschillen. Enkele cliëntenraden geven aan dat zij inderdaad nog
een slag te maken hebben, anderen geven aan dat zij wel degelijk met
voorstellen komen maar niet gehoord worden. Ter plekke worden al de eerste
contacten gelegd door cliëntenraadsleden en gemeenteraadsleden.
Reagerend op de bezwaren
tegen het oormerken is de zaal het er over eens dat niets geoormerkt mag worden
als dat niet ook eerst met minimabeleid gedaan is.
Terwijl de discussies in de
zaal tijdelijk verstommen dankt Marc, namens de WAP en BUS, alle aanwezigen
voor hun inbreng. In het bijzonder de panelleden, die er ook vanmiddag nog bij
waren.
“We hebben geprobeerd om samen een paar vouwen in
onze samenleving glad te strijken en hopen dat onze politici dit zullen
vertalen in duidelijke richtlijnen richting gemeente. Wij zullen hen houden aan
wat ze hier hebben gezegd !
Zo lang veel inkomensaanvullende voorzieningen via
gemeenten verstrekt worden, moet er alles aan gedaan worden om deze op de
juiste plaats te krijgen. Dan volstaat een folder of een bericht in het lokale
middenstandsblaadje niet !!
Bedenk dat ieder stapje dat we gezamenlijk richting
een toleranter, transparanter en eerlijker samenleving zetten, een grote
overwinning is voor ons allemaal.”
Tijdens de borrel gaan de
discussies door en regent het wederzijdse complimenten.
Nabeschouwing
Het oormerken van
armoedegelden vindt geen draagvlak bij de Haagse fracties. Men is het erover
eens dat het armoedegeld terecht dient te komen waar het hoort. Behalve de SP
geven alle partijen aan dat dit vooral dient te gebeuren op basis van het
inzicht van de gemeente in de situatie van hun burgers. Hier dienen gemeenten
vrijheid te hebben en dient Den Haag
ze niet in de wielen te rijden.
Enkele partijen geven aan
dat het oormerken van armoedegelden aanleiding zou kunnen vormen voor een
'concurrentieslag' met de andere beleidsterreinen, die eveneens om oormerken en
om prioriteitstelling zouden kunnen gaan vragen.
Daarmee wordt de politieke
discussie over de besteding van armoedegelden verlegd van Den Haag naar de gemeenteraad. Prioriteitstellingen worden immers
niet uitgevochten door de partijen in de Tweede Kamer, maar dienen te worden
bepaald door de partijen in de gemeenteraad.
Op beide punten, “de
prioriteitstelling” en “het inzicht verschaffen in de situatie van burgers”,
ligt een belangrijke taak voor de lokale belangenbehartigers van BUS.
Het met terugwerkende kracht
uitbetalen van inkomensondersteuning vindt wel draagvlak bij de Haagse
fracties. Met uitzondering van de CDA, wordt een dergelijke aanpak gezien als
een goede prikkel voor gemeenten.
Daarom biedt deze politieke
dag voor de lokale belangenbehartigers een mooie aanleiding om het met
terugwerkende kracht uitbetalen van inkomensondersteuning lokaal aan de orde te
stellen. Zeker, maar niet uitsluitend, bij de fracties van PvdA, D66, SP en
GroenLinks in hun gemeenteraad.
Kortom een dag, die veel
vervolg kan en moet hebben en die toont dat er grote behoefte is aan meer van
dergelijke dagen.