Zwolle armoedevrij!
Lange visies en korte klappen
Uitnodiging tot een stadsbrede
dialoog
mei 2009
Stichting CliP
Raf Janssen
Wilma Kuiper
Inleiding:
een stadsdialoog
De gemeente
Zwolle bindt de strijd aan met armoede in de stad. Het beleid is erop gericht
om Zwolle armoedevrij te maken. De bijdragen die de gemeente kan leveren om dat
doel te bereiken is vastgelegd in de nota Van
kwetsbaar naar weerbaar. Armoedebeleid 2008-2011. Daaraan moet nog worden
toegevoegd welke bijdragen de Zwolse samenleving kan leveren om een einde te
maken aan de armoede in de stad. Daarbij wordt armoede niet beperkt tot een
probleem van individuele mensen, maar omschreven als een maatschappelijk
vraagstuk dat heel de samenleving aangaat. De oplossing van dit vraagstuk
vraagt een gezamenlijke inzet van overheden, burgers en maatschappelijke
organisaties.
De
gezamenlijke inspanning vanuit de samenleving kan worden vastgelegd in een
lokale Sociale Agenda die in een jaarlijkse conferentie wordt bekrachtigd en
gepresenteerd aan de stad en de buitenwereld. Zo’n conferentie is de jaarlijkse
afronding én hernieuwde start van een permanente stadsdialoog die heel het jaar
door stadsbreed plaatsvindt onder alle geledingen die betrokken zijn bij het
armoedevraagstuk in Zwolle. Die stadsdialoog is dagelijks aan de gang, op heel
diverse terreinen in de stad en er zijn heel veel mensen bij betrokken. Soms
bewust, vaker nog onbewust, als het ware vanzelfsprekend, omdat men het normaal
vindt om iets voor elkaar over te hebben. Het is goed die onderlinge
betrokkenheden op gezette tijden voor het voetlicht te halen en te versterken
en er in een ‘armoedepact’, een sociale agenda, concrete afspraken over te
maken. Dat houdt iedereen in de stad betrokken en scherp.
De eerste fase
van een stadsbrede dialoog over armoedebestrijding is: in kaart brengen welke
inspanningen vanuit het maatschappelijk initiatief plaatsvinden om het gestelde
doel – Zwolle armoedevrij! – te bereiken. Daartoe heeft de Stichting
Cliëntenperspectief (CliP) gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van
cliëntenorganisaties en vrijwilligersorganisaties, alsook met beroepskrachten
van maatschappelijke organisaties. De opbrengsten van deze gesprekken zijn
weergegeven in deze notitie. Ze zijn gerangschikt in uiteindelijk negen
onderwerpen die in de gevoerde gesprekken steeds weer terug kwamen. Deze negen
thema’s zijn benoemd als de paden die leiden naar het gezamenlijke doel om de
stad armoedevrij te maken. Ieder pad begint met een korte weergave van geconstateerde
feiten en tendensen. Vervolgens wordt een algemene les getrokken, een
aanbeveling voor de lange termijn, een ‘lange visie’. Tenslotte volgen per pad
enkele concrete voorstellen, aanbevelingen voor de korte termijn, ‘korte
klappen’.
Deze paden
vormen de basis voor een stadsdialoog waarin vertegenwoordigers van burgers,
maatschappelijke organisaties en gemeentelijke overheid elkaars visies op lange
termijn delen en met elkaar concrete afspraken maken over maatregelen op korte
termijn. Beide aspecten zijn van belang om Zwolle armoedevrij te maken. Om
nijpende problemen rond armoede en sociale uitsluiting aan te pakken zijn
directe en concrete maatregelen nodig. Om deze problemen duurzaam op te lossen
moet gewerkt worden aan het tot stand brengen van rechtvaardige sociale
verhoudingen die iedereen in Zwolle in staat stelt als volwaardige burger mee
te doen in de samenleving. Dat laatste is een doel voor de langere termijn. Het
zal niet meteen komend jaar bereikt worden. Toch is het ontwikkelen van visies
op langere termijn nodig om bij het zetten van de noodzakelijke kleine concrete
stappen van alledag een koers te kiezen die perspectief biedt op een duurzame
en blijvende oplossing van het vraagstuk van armoede in een rijke samenleving.
Sociale
Agenda 2010
In het
voorjaar van 2009 zijn gesprekken gevoerd met maatschappelijke organisaties in
Zwolle. De resultaten daarvan worden besproken tijdens een eerste
stadsdialoog-bijeenkomst op 9 juni 2009.
Aan deze
bijeenkomst wordt deelgenomen door vertegenwoordigers van de gemeente en
vertegenwoordigers van belangengroepen en maatschappelijke organisaties in de
stad. De verantwoordelijke wethouder geeft een samenvatting van het
gemeentelijke anti-armoedebeleid. Vervolgens worden belangengroepen en
maatschappelijke organisaties uitgenodigd aan te geven welke concrete stappen
zij komend jaar gaan of blijven zetten om van Zwolle een armoedevrije stad te
maken. Dat hoeven geen grote en grootse stappen te zijn. Liever kleine,
concrete en afrekenbare stappen – korte klappen! – dan enorme stappen die in de
sfeer van de goede voornemens blijven steken.
Omdat
problemen rond armoede en sociale uitsluiting vaak complex zijn en met elkaar
samenhangen is het van belang dat gemeenten en organisaties van elkaar weten
wie wat waar en wanneer doet, opdat activiteiten op elkaar afgestemd kunnen
worden. Daarom zijn informatie, dialoog en afstemming van belang. Dat is ook de
kern van de integrale aanpak, die landelijk ondersteund wordt met onder meer de
invoering van het participatiebudget waarin enkele belangrijke geldstromen
gebundeld worden.
Tijdens de
zomermaanden worden de door organisaties aangegeven stappen in onderlinge
samenspraak uitgewerkt in een conceptovereenkomst die gesloten wordt tussen de
betreffende maatschappelijke organisatie en de gemeente. Deze overeenkomsten
worden ondertekend in een tweede stadsdialoog-bijeenkomst die na de zomer van
2009 wordt gehouden. Samen met de hoofdlijnen van het gemeentelijke
anti-armoedebeleid en samen met een aantal reeds lopende projecten – waaronder
het project Meedoen voor kinderen en het project Armoede en gezondheid van
kinderen – vormen deze overeenkomsten de lokale Sociale Agenda 2010 voor de
stad Zwolle.
Met deze
breed gedragen en in samenwerking tot stand gekomen Sociale Agenda speelt
Zwolle in op het EU-initiatief om 2010 uit te roepen tot Europees jaar van de
armoedebestrijding. De Sociale Agenda beschrijft de ‘korte klappen’ waarmee de
gemeente en de gemeenschap van Zwolle in 2010 de armoede in de stad
terugdringen.
In de
eerste helft van 2010 wordt een volgende stadsdialoog-bijeenkomst gehouden om
uit te wisselen hoe de uitvoering van de afgesproken ‘korte klappen’ verloopt.
Dan worden ook de opvattingen en beelden uitgewisseld die bij maatschappelijke
organisaties en gemeente leven over de achtergronden en oorzaken van
vraagstukken rond armoede en sociale uitsluiting. Zo ontstaat grotere
duidelijkheid over de ‘lange visies’, de visies over de aanpak van armoede op
langere termijn.
Intussen
wordt gewoon doorgewerkt aan de ‘korte klappen’. Eind 2010 wordt de balans
opgemaakt van de resultaten die bereikt zijn in 2010 en worden nieuwe afspraken
gemaakt voor het jaar 2011, de Sociale Agenda 2011.
Samenvatting
Het
bestrijden van armoede en sociale uitsluiting is een omvangrijk maatschappelijk
vraagstuk. Ook voor een creatieve en ondernemende stad als Zwolle. In deze stad
moeten 4500 huishoudens leven van een inkomen rond het sociaal minimum. Dat is
meer dan 8% van de totale huishoudens in Zwolle. Het gaat in veel gevallen om
huishoudens die rond moeten komen van een bijstandsuitkering of een
ouderdomspensioen zonder (noemenswaardige) aanvulling. Veel van deze
huishoudens worden gevormd door alleenstaanden, maar er is ook een aanzienlijke
groep alleenstaande ouders bij. Een kwart van bedoelde huishoudens heeft een
niet-westerse afkomt. Juist in deze huishoudens zijn vaak veel kinderen
aanwezig. In Zwolle groeien 2215 kinderen op in een huishouden met een
minimuminkomen. Bijna de helft van deze kinderen is van allochtone afkomst. Van
de 4500 minimahuishoudens in Zwolle leeft bijna 60% al jarenlang van een
minimaal inkomen.
Bij armoede
is vaak sprake van meervoudige problematiek. Een effectieve bestrijding maakt
het nodig dat er aan meerdere aspecten tegelijk aandacht wordt besteed. Dat
hoeft niet altijd te gebeuren door een en dezelfde organisatie of
maatschappelijk initiatief. Er zijn mensen en organisaties die specialist zijn
op bepaalde onderdelen. Zo’n speciale kennis en kunde kunnen ook gericht worden
ingezet. Maar voor de goede gang van zaken en een effectief armoedebeleid is
het wel wenselijk dat iedereen van elkaar weet wat er door wie waar gedaan
wordt. Niet iedereen hoeft en kan tegelijk stappen zetten op alle paden die
naar een armoedevrij Zwolle leiden. Maar iedereen kan wel weet hebben van de
verschillende paden en wie zich daarop beweegt. Dat laatste – wie op welk pad
concrete stappen zet in 2010 – wordt aangegeven in de lokale Sociale Agenda
2010 die in het najaar van 2009 gepresenteerd en bekrachtigd wordt.
In deze
notitie wordt een overzicht gegeven van de negen paden die bewandeld kunnen
worden en er worden suggesties gedaan voor concrete stappen die op elk van deze
paden kunnen worden gezet. In de loop van 2009 wordt in onderlinge samenspraak
uitgewerkt wie welke stappen in 2010 gaat of blijft zetten. Het gaat dus om nog
nader aan te duiden stappen op een of enkele van de volgende negen paden.
De 9 paden:
1.
Armen nemen het woord
Armoede wordt aangepakt in directe samenspraak en
samenwerking met betrokkenen en hun vertegenwoordigers.
2. De samenleving erbij betrekken
Bij het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting gaat
het om meetellen en meedoen. De samenleving is zo ingericht dat alle mensen de
ruimte krijgen om zichzelf te zijn en mee te doen zoals ze zijn, met de
mogelijkheden die ze hebben en kunnen ontwikkelen.
3. Wat goed gaat versterken
Bij het bestrijden van armoede is er niet alleen aandacht
voor problemen, voor wat fout gaat, voor wat er niet is. Eerst en vooral wordt
aangesloten bij de aanwezige veerkracht van mensen, bij hun capaciteiten en
mogelijkheden. Die worden (her)ontdekt en versterkt.
4. Samenwerken vanuit mensenbelang
Zwolle wordt alleen armoedevrij als instellingen de handen
ineen slaan om deze doelstelling te bereiken. Bij deze samenwerking staat niet
het instellingsbelang voorop. De samenwerking krijgt inhoud en vorm vanuit het
grondvlak, vanuit uitvoerende werkers – beroepskrachten en vrijwilligers! –,
vanuit de belangen van mensen.
5. Bouwen op vertrouwen
Instanties en organisaties die diensten verlenen aan minima
kennen de leefwereld van hun cliënten. Ze schenken mensen vertrouwen en ze
geven hun medewerkers de ruimte om professioneel maatwerk te leveren.
6. Eigen mogelijkheden aanspreken
Consulenten en hulpverleners opereren als mogelijkheidsmakelaars:
ze hebben overal in de samenleving antennes om te ontdekken waar mensen hun
mogelijkheden tot ontplooiing en emplooi kunnen brengen.
7. Goed gebruik van voorzieningen bevorderen
Zolang het sociaal minimum te laag is om duurzaam van te
leven, is aanvullende inkomensondersteuning nodig. Mensen die recht hebben op
aanvullende regelingen weten dat en maken er ook daadwerkelijk gebruik van.
8.
Schulden voorkómen
Mensen met problematische schulden worden adequaat geholpen:
de toegang tot voorzieningen wordt verbeterd, de administratieve vaardigheden
worden vergroot, agressieve reclame wordt tegengegaan, betalingsachterstanden
worden vroegtijdig gesignaleerd.
9. Kinderen toekomst bieden
In onderwijs en vrije tijd wordt extra aandacht besteed aan
het ondersteunen en toerusten van kinderen die opgroeien in huishoudens met een
laag inkomen. Het zelfbeeld, de zelfwaardering en de veerkracht van deze
kinderen worden versterkt.
Dat zijn de
negen paden die bewandeld worden om Zwolle armoedevrij te maken en te houden.
Dat doel wordt bereikt via kleine concrete stappen. Er zijn veel van die
stappen nodig. Naast de inzet van de gemeente zetten particuliere instellingen
en maatschappelijke organisaties ieder jaar een aantal van die stappen. Daarmee
geven ze invulling aan aanbevelingen die in deze notitie per pad worden gedaan.
Pad 1 : Armen nemen het woord
Armoede wordt aangepakt in directe
samenspraak en samenwerking met betrokkenen en hun vertegenwoordigers.
Constatering
Voor mensen
die moeten zien rond te komen van een (te) laag inkomen is het niet eenvoudig
om hun stem te verheffen, om het woord te nemen. In Zwolle zijn verschillende
raden en commissies die opkomen voor de belangen van de minima. Maar soms
hebben die ook moeite om hun achterban te bereiken. Voor een deel overlappen
deze raden en commissies elkaar. Voor een deel werken ze samen en kennen ze
elkaar. Voor een deel werken ze langs elkaar heen en zijn ze niet of
onvoldoende op de hoogte van elkaars denken en doen.
Visie op lange termijn
Burgerschap
is een begrip met als centrale kern: het actief deelnemen aan het maatschappelijke
leven. Mensen die permanent in onzekerheid verkeren over hun materiële
bestaansvoorwaarden kunnen niet ten volle inhoud geven aan hun rechten en
plichten als burger. Mensen die niet met respect worden behandeld, die met
onverschilligheid of vooroordelen tegemoet worden getreden en aan wie sociale
erkenning wordt onthouden, kunnen niet ten volle deelnemen aan de samenleving.
Dit houdt ook in dat mensen met weinig geld voldoende ruimte en middelen moeten
krijgen om hun eigen ervaringen en denkbeelden in te brengen in de
maatschappelijke dialoog. En aan mensen met een handicap of beperking moet
voldoende compensatie worden geboden via voorzieningen om als gelijkwaardig
burger maatschappelijk te kunnen participeren. Kortom mensen moeten ervaren dat
ze meetellen en meedoen. Dat ze er toe doen!
Aanbevelingen
pad 1 : Armen nemen het woord
a.
Armoede niet verbergen
Armoede roept schaamte op omdat er een zweem overheen ligt
van ‘eigen schuld’ en persoonlijk falen. Dat zet mensen ertoe aan om hun
armoede stil te houden. Heel begrijpelijk. Maar het houdt armoede als
maatschappelijk vraagstuk ook verborgen. Mensen moeten ondersteund worden om de
moed op te brengen te vertellen over hun eigen situatie en te laten zien dat
armoede in het overgrote deel van de situaties niet afgeschoven kan worden met
de dooddoener ‘eigen schuld’.
b. Stem geven aan minima
Belangenorganisaties, maatschappelijke organisaties en
gemeentelijke instanties wisselen regelmatig kennis en kunde uit over de vraag
hoe minima te betrekken in het armoedevraagstuk.
Ze gaan in gesprek met minima om dat van hen zelf te horen:
welk beeld hebben mensen van hun eigen situatie, hoe benoemen ze zichzelf, wat
verwachten ze van zichzelf en van anderen, waar ontmoeten mensen elkaar en hoe
helpen ze elkaar?
c.
Stevige rol voor cliëntenraden
Cliëntenraden geven stem aan de minima, ze brengen hun
ervaringen en denkbeelden naar voren in de eigen taal van de mensen.
Cliëntenorganisaties en belangengroepen moeten niet te snel de taal van de
overheid gaan spreken en zich begraven in beleidsnota’s. Ze verzamelen eerst en
vooral signalen van cliënten en brengen deze ter sprake bij beleidsmakers en
uitvoerders, ongeacht of deze onderwerpen passen in de agenda’s van bestuurders
en uitvoerders.
d.
De beste inspraak is beginspraak
Overheden en maatschappelijke organisaties geven volop
ruimte en faciliteiten aan meespraak en tegenspraak van direct betrokkenen. Dat
gebeurt in een vroegtijdig stadium: beginspraak
bij het maken van plannen en voorstellen. Bij het evalueren van beleid en
uitvoering moeten minima ook een stem in het kapittel hebben. Om dit alles goed
te kunnen doen is het nodig dat cliëntenraden een onafhankelijke positie hebben
en kunnen beschikken over eigen ondersteuners.
e. Gesprekken tussen cliënten en consulenten
Vertegenwoordigers van cliënten moeten in de gelegenheid
worden gesteld om op bijscholingsbijeenkomsten aan dienstverleners te vertellen
hoe zij vinden dat goede en adequate dienstverlening eruit ziet. Organiseer
groepsgesprekken tussen cliëntenraad en teams van consulenten.
Pad 2 : De samenleving erbij betrekken
Bij het bestrijden van armoede en
sociale uitsluiting gaat het om meetellen en meedoen. De samenleving is zo
ingericht dat alle mensen de ruimte krijgen om zichzelf te zijn en mee te doen
zoals ze zijn, met de mogelijkheden die ze hebben en kunnen ontwikkelen.
Constatering
Bij
armoedebestrijding wordt vaak uitsluitend naar de overheid gekeken en naar
mensen met een laag inkomen. Armoede en sociale uitsluiting zijn echter geen
eigenschappen van mensen, maar kenmerken van samenlevingen. Het zijn
verschijnselen die samenhangen met maatschappelijke ontwikkelingen die
spanningen en oneffenheden oproepen in de samenleving. Deze heeft daar nog geen
fatsoenlijk antwoord op gevonden. Mensen met een (te) laag inkomen staan voor
de vraag: hoe kunnen wij (blijven) meedoen in de samenleving? De samenleving
als geheel staat voor de vraag die daaraan vooraf gaat: hoe kunnen we ervoor
zorgen dat kwetsbare mensen meetellen en reële mogelijkheden hebben om mee te
doen?
Visie op lange termijn
Het huidig
sociaal beleid stoelt op het mens- en maatschappijbeeld van de zelfbewuste
burger die zijn leven zelf in de hand neemt, zijn eigen loopbaan plant, eigen
keuzes maakt, zichzelf indekt tegen risico’s. Tegelijk richt dit beleid zich op
groepen voor wie dat mensbeeld ver weg is: mensen zonder werk, mensen met een
handicap, mensen met weinig inkomen, mensen die niks te kiezen hebben en het leven
moeten nemen zoals het komt. Het sociaal beleid heeft de pretentie deze mensen
te activeren tot meedoen, tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Dat kan
alleen als deze mensen meetellen, als deze mensen, die vaak geen sterke positie
innemen op de markt, ertoe doen in de samenleving. Pas dan is er sprake van een
fatsoenlijke samenleving: een samenleving waarin mensen respect voor elkaar
hebben, waarin geen plaats is voor vernedering, armoede, uitsluiting,
verloedering en onveiligheid. Zo’n samenleving waarin mensen meetellen, is
gerechtigd mensen aan te spreken om mee te doen en naar vermogen een bijdrage
te leveren aan het goede samenleven.
Armoede en
sociale uitsluiting zijn problemen die niet buiten de samenleving mogen worden
geplaatst. Het aanpakken van deze problemen gaat iedereen in de samenleving
aan, ook burgers en organisaties die weinig van armoede afweten, die denken dat
zij er niets mee te maken hebben, die er mogelijk ook niets mee te maken willen
hebben. Het zijn juist deze mensen en deze organisaties die de houdingen en
verhoudingen in de Zwolse samenleving bepalen. Die door hun dagelijks denken en
doen de speelruimte bepalen die mensen met weinig geld krijgen om mee te doen,
erbij te horen. De Zwolse samenleving hoort zo te zijn dat armoede niet
voorkomt en dat geen (groepen) mensen gedwongen worden tot een tweederangs
burgerschap.
Aanbevelingen
pad 2 : De samenleving erbij betrekken
a. Open staan voor armoedevraagstuk
Instellingen, (nuts)bedrijven, maatschappelijke
organisaties, sportverenigingen, wijk- en buurtgroepen, zelforganisaties,
kerken, moskeeën, enz. gaan na wat zij het komende jaar kunnen en willen doen
om kwetsbare burgers in staat te stellen volwaardig mee te doen in de Zwolse
samenleving.
b. Concreet bijdragen aan armoedebestrijding
De wethouder nodigt iedere instelling, bedrijf, organisatie,
sportvereniging, groep uit om komend jaar één of enkele concrete bijdrage te
leveren aan het doel om Zwolle armoedevrij te maken. Deze bijdragen vormen
samen de lokale Sociale Agenda oftewel het Zwolse armoedepact. Dat wordt
jaarlijks geëvalueerd en vernieuwd.
c. Niet meewerken aan benedenmaatse beloning
Heb oog voor het verschijnsel van werkende armen. Bevorder
het naleven van CAO’s en bestrijd benedenmaatse lonen om dit verschijnsel te
weren uit Zwolle. Of lever andere concrete bijdragen aan het maatschappelijke
doel van een rechtvaardige verdeling van de rijkdom in de samenleving.
Pad 3 : Wat goed gaat versterken
Bij het bestrijden van armoede is er
niet alleen aandacht voor problemen, voor wat fout gaat, voor wat er niet is.
Eerst en vooral wordt aangesloten bij de aanwezige veerkracht van mensen, bij
hun capaciteiten en mogelijkheden. Die worden (her)ontdekt en versterkt.
Constatering
In Zwolle
zijn veel initiatieven om de samenleving leefbaar en gezond te houden. Daar
zijn heel veel mensen, groepen en organisaties dagelijks mee bezig,
beroepsmatig en nog veel vaker als vrijwilliger, als burger, als wijkbewoner,
als ouder, als collega, etc.
Het sociaal
beleid en de dienstverlening zijn echter heel sterk gericht op het aanpakken en
het beheersen van probleemsituaties. In bepaalde buurten functioneren
beheersteams waarin organisaties samenwerken bij de aanpak van problemen. Bij
de gemeente is een afdeling bijzondere doelgroepen voor multiprobleemgezinnen.
Feitelijk is het zo dat het merendeel van de aandacht en energie gestoken wordt
in de 5 à 10 % van de burgers waarmee het slecht gaat.
Visie op lange termijn
Alleen een
stad waarin burgers goed met elkaar samenleven, waarin goede houdingen en
verhoudingen heersen, is in staat om armoede duurzaam op te lossen. Om armoede
te bestrijden moet daarom ook aandacht worden besteed aan het verbeteren en
versterken van het algemeen sociale klimaat in de stad. Het normale alledaagse
leven in de stad moet zo veerkrachtig en vitaal zijn dat het in staat is om
sociale problemen als armoede en sociale uitsluiting spontaan op te lossen en
het opnieuw ontstaan ervan te voorkómen. Kortom, er moet niet alleen aandacht
zijn voor wat niet goed gaat, maar eerst en vooral moet ondersteund en
versterkt worden wat wèl goed gaat.
Aanbevelingen
pad 3 :
Wat goed gaat
versterken
a. Ontwikkelen i.p.v. beheren
In relatie met problemen krijgt beheren al gauw en soms
noodgedwongen het karakter van beheersen. Vorm gebiedsbeheerteams om tot
gebiedsontwikkelteams, die ook zijn toegerust om preventief te werken, naast
het noodzakelijke ingrijpen bij sociale calamiteiten. Het maken van koppelingen
tussen regelingen als WWB en WMO kan hieraan een positieve bijdrage leveren.
b. Insteken op kansen
Maak een analyse van iedere wijk. Begin met de wijken waar
de problemen het grootst zijn. Breng dan niet alleen de problemen en de
achtergronden daarvan in kaart, maar ook de mogelijkheden en vaardigheden die
in de wijk aanwezig zijn. School werkers in het stimuleren en ondersteunen van
wijkbewoners om gebruik te maken van de eigen veerkracht. Schep daartoe ook de
nodige condities, zoals het stimuleren en ondersteunen van maatjesprojecten.
c. Ken-elkaar-bijeenkomsten
Organiseer ‘Ken elkaar bijeenkomsten’ of netwerkconferenties
en herhaal deze conferenties met regelmaat (1 à 2 x per jaar). Dat kan op
wijkniveau. Daarbij kunnen buurtfeesten een belangrijke rol spelen. Daar
treffen burgers elkaar op een ongedwongen wijze, daar kunnen ontmoetingen
plaatsvinden en afspraken worden gemaakt om het woon- en leefklimaat van de
eigen buurt goed te houden. Dergelijke ‘ken elkaar bijeenkomsten’ kunnen
georganiseerd worden tussen groepen en organisaties die stem geven aan de
mensen met lage inkomens. Van belang daarbij is dat ook vertegenwoordigers van
migrantenorganisaties hierbij betrokken zijn.
d. Netwerkbijeenkomsten voor hulpverleners
Organiseer eveneens inhoudelijke netwerkbijeenkomsten voor
beroepsmatige en vrijwillige hulpverleners in Zwolle en herhaal deze
bijeenkomsten met een zekere regelmaat. Dat kan door middel van een bezoek aan
elkaars organisatie. Elke organisatie brengt minstens 2 keer per jaar een
bezoek aan een organisatie die ze nog niet (zo goed) kent. Elkaar kennen is de
basis voor goede samenwerking en doorverwijzing.
e. Oog voor problemen én kansen
Train vrijwilligers en professionals in het signaleren van
armoede en in het ontdekken van aanwezige mogelijkheden, bij mensen zelf, bij
de omgeving en bij instanties, om deze armoedesituaties effectief te
bestrijden.
Pad 4 :
Samenwerken vanuit mensenbelang
Zwolle wordt alleen armoedevrij als
instellingen de handen ineen slaan om deze doelstelling te bereiken. Bij deze
samenwerking staat niet het instellingsbelang voorop. Samenwerking krijgt
inhoud en vorm vanuit het grondvlak, vanuit uitvoerende werkers –
beroepskrachten en vrijwilligers! –, vanuit de belangen van mensen.
Constatering
In een
aantal wijken vormen medewerkers van verschillende instellingen een gezamenlijk
team. Dat is een positieve ontwikkeling die moet worden gestimuleerd. Maar met
zo´n gezamenlijk team heb je nog geen gezamenlijk gedragen visie. De leden van
zo’n team zitten doorgaans in verschillende structuren, die ieder hun eigen
regels hebben en die zich niet/onvoldoende laten leiden door de mensen en hun
problemen. Ze worden aangestuurd door instellingsmanagers, die denken en doen
vanuit de instelling en de plannen die daar leven en de prestaties die door de
eigen instelling gehaald moeten worden. Er is onvoldoende mogelijkheid tot
sturing op wat er gezamenlijk voor de wijk en de bewoners zou moeten gebeuren.
Men werkt wel samen in een team, maar iedereen heeft toch zijn eigen
(instellings)agenda. De uitvoerende werkers willen wel. Die zitten in het gebiedsbeheersteam.
Dat is goed. Maar de bazen van deze mensen moeten zich ook aan de wijk
committeren. Op baas-niveau wordt nog te veel vanuit de instellingsbelangen
gedacht en gedaan.
Visie op lange termijn
In de
dienstverlening heerst een denkklimaat en doecultuur waarin de cliënt en zijn
omgeving centraal staan en centraal gesteld blijven. Om dat uitgangspunt te
bereiken en vast te houden worden samenwerkingsverbanden ge-de-organiseerd,
hetgeen wil zeggen dat de organisatiebelangen en de organisatiescores uit de
samenwerking worden gehaald. De samenwerkende uitvoerders worden niet vastgezet
in vast omlijnde instellingskaders. Ze hebben zich losgemaakt van
instellingsdenken en kunnen daardoor creatieve ruimte geven aan het denken en
doen vanuit de doelen waarop de dienstverlening is gericht: het belang van de
cliënt en diens omgeving.
Aanbevelingen
pad 4 : Samenwerken vanuit mensenbelang
a. Doorbreek hokjesdenken
Train en stimuleer dienstverleners om over de grenzen van
hun eigen instelling heen te kijken. Mijd kerntakendiscussies. Ze remmen vaak
de ontwikkeling van een brede blik en verkleinen doorgaans de bereidheid tot
een brede inzet die juist nodig zijn om armoede te bestrijden en sociaal
isolement op te heffen.
b. Werk met integrale wijkplannen
Ontwikkel de kunst van het visionair sturen: op basis van de
geconstateerde problemen en mogelijkheden/kansen in de wijk wordt het
gebiedsbeheersteam in een wijk uitgebouwd tot een wijkontwikkelteam; er wordt
een wijkprogramma gemaakt met één gemeenschappelijk budget; alle instellingen
conformeren zich daaraan en maken hun instellingsplannen ondergeschikt aan het
wijkprogramma. In het wijkprogramma is een centrale plaats ingeruimd voor de
mogelijkheden die bij de mensen van de wijk zelf aanwezig zijn.
c. Vorm levensbrede netwerken i.p.v. netwerken rond problemen
Bouw geen netwerken op rond problemen, maar vorm
‘levensbrede’ netwerken. In levensbrede netwerken liggen de doelen die worden
gesteld bij de gehele persoon en diens omgeving en niet bij één stukje of één
probleem daaruit. Zodoende worden problemen en probleemgevallen in hun context
geplaatst en kan beter gebruik worden gemaakt van de veerkracht die bij minima
en hun omgeving zelf aanwezig is om het leven weer in eigen hand te nemen.
Pad 5 : Bouwen op vertrouwen
Instanties en organisaties die
diensten verlenen aan minima kennen de leefwereld van hun cliënten. Ze schenken
mensen vertrouwen en ze geven hun medewerkers de ruimte om professioneel
maatwerk te leveren.
Constatering
Het denken
en doen van de gemeentelijke sociale dienst en andere instanties zijn voor een
belangrijk deel georganiseerd vanuit het rechtmatigheidsdenken: de
dienstverlening vindt plaats volgens vastgestelde regels en protocollen. Dat
geeft grote rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, maar het verkleint de
mogelijkheden van professionals om het maatwerk te leveren dat past bij de
individuele cliënten. Dat laatste is evenwel nodig om mensen de hulp te bieden
die ze van dienstverleners verwachten.
Visie op lange termijn
De
dienstverlening is gebaseerd op basis van vertrouwen: vertrouwen in cliënten en
vertrouwen in de eigen professionele oordeelsvorming van medewerkers.
Dienstverleners zijn in staat te denken vanuit de leefwereld van minima, vanuit
cliëntperspectief. Iedereen is voor de wet gelijk en regels gelden zonder
aanzien des persoon. Dat wil echter nog niet zeggen dat regels in alle
situaties hetzelfde moeten worden toegepast. Als regels niet blijken te passen
bij het leven van mensen, mogen hulpverleners de vraag stellen of het klakkeloos
toepassen van regels in dit geval juist en billijk is.
Aanbevelingen
pad 5 : Bouwen op vertrouwen
a. Denk mee met mensen
Denk als sociale dienst of andere dienstverlenende instantie
mee met mensen en lever maatwerk, als het nodig is in natura. Werk niet blind
volgens regels en vaste protocollen, maar heb oog voor de concrete situatie en
de context daarvan. Denk en doe op basis van gezond verstand. Handel zaken snel
en adequaat af, want lange wachttijden ondermijnen het vertrouwen van mensen in
dienstverlening en dienstverleners.
b. Trek goed personeel aan
Zorg dat medewerkers beschikken over de kwaliteiten van
respect en invoelingsvermogen. Zet deze hoedanigheden voorop in de lijst van
competenties waaraan dienstverleners moeten voldoen. En onderhoud die
competenties met regelmatige scholing.
c. Zet de beste mensen aan het loket
De loketten van de dienstverlenende instanties worden
bemenst met de beste en de meest breed opgeleide medewerkers, die veel vragen
meteen goed kunnen afhandelen of anders adequaat kunnen verwijzen. Na de eerste
verwijzing wisselen mensen alleen met een warme overdracht van dienstverlener.
d. Zorg voor ‘regelovertreders’
Zorg dat de instelling of organisatie beschikt over
medewerkers die in bepaalde gevallen regels (deels) buiten werking kunnen
stellen en zie er op toe dat ze ook gebruik maken van deze bevoegdheid als
situaties dat nodig maken.
e. Geef professionals vertrouwen
Vertrouw hulpverleners die mensen vanuit hun professie bij
staan. Als bijvoorbeeld een maatschappelijk werker, na ruggespraak met een
collega, van oordeel is dat in een bepaalde situatie een kleine voorziening
nodig is, moet dat voldoende legitimatie zijn om deze te verstrekken.
Verantwoording gebeurt (steekproefsgewijs) achteraf of collegiaal via casusbespreking.
Pad 6 : Eigen mogelijkheden aanspreken
Consulenten en hulpverleners
opereren als mogelijkheidsmakelaars: ze hebben overal in de samenleving
antennes om te ontdekken waar mensen hun mogelijkheden tot ontplooiing en
emplooi kunnen brengen.
Constatering
Er zijn
verschillende noodfondsen in Zwolle waar minima een beroep op kunnen doen. Voor
een deel werken deze noodfondsen samen, voor een deel werken ze los van elkaar.
De noodhulp die vanuit de kerken wordt gegeven, vraagt niet meteen om een
verbeterplan. Iedereen die er om vraagt krijgt in noodgevallen enig broodgeld,
dat wil zeggen geld om te voorzien in de meest noodzakelijke levensbehoeften.
Het door de gemeente ondersteunde noodfonds honoreert alleen hulpvragen die
binnenkomen via beroepskrachten en die nodig zijn omdat voorliggende
voorzieningen ontbreken. Daarbij wordt tevens gestimuleerd dat te geven hulp
past in een verbetertraject. Zo’n traject kan aansluiten op reïntegratie- en
activeringstrajecten die op verschillende plaatsen in de stad worden opgezet.
Daar worden mensen gestimuleerd en ondersteund om (weer) mee te doen in de
samenleving, als het kan in de vorm van betaalde arbeid. Daarnaast zijn er
plekken in de stad waar mensen tot rust kunnen komen, met rust worden gelaten,
waar ze zichzelf kunnen zijn, waar ze een dak boven het hoofd hebben en een bed
om in te slapen.
Visie op lange termijn
Bij het
formuleren en uitvoeren van het sociaal beleid worden niet de beperkingen,
belemmeringen en onvermogens van mensen centraal gesteld, maar juist hun
mogelijkheden, interesses en capaciteiten. Mensen worden uitgedaagd om hun
eigen mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen en hun veerkracht en
weerbarstigheid te versterken. Om mensen die operatie met zichzelf te laten
uitvoeren zijn faciliteiten nodig: een stimulerende en uitdagende omgeving. Wat
die omgeving precies is en waar ze zich bevindt kan van persoon tot persoon
anders zijn. De consulenten van de sociale dienst zijn als het ware mogelijkheidsmakelaars: ze hebben overal
in de samenleving antennes om te ontdekken waar mensen hun mogelijkheden kunnen
inzetten en ontwikkelen. Dat houdt ook in dat er plekken zijn in de stad waar
mensen mee kunnen doen zoals ze zijn, ook al zien deze mensen zich op dat
moment als mensen zonder mogelijkheden. Zo ontstaat in de Zwolse samenleving
een netwerk aan ontwikkelplekken én rustplekken. Dit creatieve netwerk maakt
van Zwolle de Stad van de Participatie.
Aanbevelingen
pad 6 : Eigen mogelijkheden aanspreken
a.
Sommigen mensen uitdagen; anderen
rust gunnen
Ruim in Zwolle voldoende plaats in voor goed toegeruste
hulpverlening die mensen met behandelplannen en verbetertrajecten uitdaagt hun
mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen. Geef daarnaast ook voldoende
ruimte aan goed toegeruste hulpverlening waar mensen zichzelf kunnen zijn
zonder onder druk gezet te worden om weg te springen uit de situatie waarin ze
zich bevinden, ook al is die situatie ogenschijnlijk of feitelijk uitzichtloos.
b. Er is niks mis met kleine stappen, als de richting goed is
Overvraag mensen niet in hetgeen ze kunnen. Heb bij
re-integratietrajecten gevoel voor het maximale wat mensen op een gegeven
moment aankunnen. Durf kleine stappen te zetten. Onderken tegelijk dat het niet
aanspreken van aanwezige mogelijkheden getuigt van slecht vakmanschap en vals
mededogen.
c. Zoek ook emplooi in onbetaalde arbeid
Geef mensen met weinig of geen perspectieven op de
arbeidsmarkt ruimere mogelijkheden om emplooi te vinden in de sfeer van het
vrijwilligerswerk en de onbetaalde samenlevingsopbouw. Ook daar, in de
zogeheten‘civil society’ kunnen mensen hun kwaliteiten ontdekken en uitbouwen
en met ondersteuning en begeleiding werken aan de opbouw van hun sociaal
kapitaal.
Pad 7 : Goed gebruik van voorzieningen bevorderen
Zolang het sociaal minimum te laag
is om duurzaam van te leven, is aanvullende inkomensondersteuning nodig. Mensen
die recht hebben op aanvullende regelingen weten dat en maken er ook
daadwerkelijk gebruik van.
Constatering
Veel mensen
hebben geen weet van het bestaan van extra voorzieningen om bepaalde kosten te
compenseren of te vergoeden. Ze kennen de regelingen niet en/of weten niet hoe
ze er gebruik van kunnen maken. De formulieren zijn te ingewikkeld en de
beslissing op aanvragen laat vaak te lang op zich wachten. Veel mensen hebben
ook schroom gebruik te maken van dergelijke voorzieningen. Er zijn al
initiatieven met formulierenbrigades en bezoekvrouwen. Er wordt al veel gedaan
aan schriftelijke informatie via wijkbladen en het infobulletin Hansz.
Visie op lange termijn
Het sociaal
minimum is zo hoog dat aanvullende gemeentelijke inkomensvoorzieningen in de
regel niet meer nodig zijn. Bijzondere bijstand is weer bijzonder en niet
langer algemeen noodzakelijk voor mensen met een sociaal minimum. Het is aan de
landelijke politiek om deze situatie tot stand te brengen. Zolang dit nog niet
is bereikt wordt lokaal een ruimhartig beleid van aanvullende gemeentelijke
voorzieningen gevoerd. Deze worden zo veel mogelijk ambtshalve verstrekt aan de
hand van gegevens die al bij de overheid bekend zijn. Als organisaties toch
aanvraagformulieren moeten gebruiken, nemen deze organisaties zelf de
medeverantwoordelijkheid voor het invullen ervan.
Aanbevelingen
pad 7 : Goed gebruik van voorzieningen bevorderen
a. Koppel bestanden
Regel 100% gebruik van voorzieningen door minima van wie de
gegevens bekend zijn bij de gemeente. Koppel bestanden om te achterhalen welke
inwoners van Zwolle gericht benaderd kunnen worden omdat ze mogelijk in
aanmerking komen voor inkomensondersteuning.
b. Verbeter de bereikbaarheid
Verbeter de bereikbaarheid van de sociale dienst door
ruimere telefonische spreekuren en een wakkere, snelwerkende en
kostenbesparende terugbelservice. En besteed bovenal constant aandacht aan een
goede bejegening van mensen.
c. Informeer werkers over regelingen
Informeer functionarissen van instanties en instellingen die
direct contact hebben met minima over de voorzieningen waarop mensen een beroep
kunnen doen, opdat zij heel gericht mensen met wie zij te maken hebben kunnen wijzen
op hun rechten en hen kunnen stimuleren daar ook gebruik van te maken.
d. Versterk formulierenbrigades en bezoekteams
Breid de werking van formulierenbrigades en bezoekvrouwen
uit en maak nog meer gebruik van vertrouwenspersonen bij organisaties van ouderen
en van allochtonen.
e. Haal bezem door onnodige bureaucratie
Zorg voor zo min mogelijk bureaucratie bij de uitvoering van
inkomensondersteunende maatregelen. Draag de uitvoering van voorzieningen die
zich daarvoor lenen over aan het maatschappelijk middenveld of creëer
publiekprivate samenwerkingsvormen.
f. Zet mensen met brede blik aan de balie
Zorg dat loketten en klantcontactpunten bemenst worden door
personen met veel (levens)ervaring en een brede blik, met mensen die over de
schutting van hun eigen werkterrein heen kunnen kijken.
g. Stimuleer dat minima elkaar de weg wijzen
Maak gebruik van de kennis van de sociale kaart die aanwezig
is bij minima zelf. Stimuleer dat minima elkaar ontmoeten en ervaringen over
voorzieningen en dienstverlening aan elkaar uitwisselen. Zet een site op waar
minima hun ervaringen en tips kunnen uitwisselen.
h.
Plaats gebruiksvriendelijke
touchscreens
Plaats in winkelcentra, gezondheidscentra en andere publiek
toegankelijke ruimten eenvoudig te bedienen touchscreens waar iedereen
informatie kan krijgen over beschikbare voorzieningen.
i. Zet aanvraagformulieren op de website
Zorg dat alle formulieren op de site van de gemeente Zwolle
te vinden zijn, zodat mensen die overweg kunnen met internet gemakkelijk
toegang hebben tot deze formulieren.
Pad 8 :
Schulden voorkómen
Mensen met problematische schulden
worden adequaat geholpen: de toegang tot voorzieningen wordt verbeterd, de
administratieve vaardigheden worden vergroot, agressieve reclame wordt
tegengegaan, betalingsachterstanden worden vroegtijdig gesignaleerd.
Constatering
Mensen met
weinig financiële armslag lopen een vergroot risico om door omstandigheden,
door pech, door eigen gedrag terecht te komen in een situatie waarin sprake is
van problematische schulden. Om hun kinderen mee te laten doen met de anderen
worden soms onverantwoorde aankopen gedaan. De inkomens zijn doorgaans te laag
om dergelijke spontane aankopen op te vangen. De vaste lasten zijn de laatste
jaren erg hoog geworden. Vooral de energielasten zorgen voor veel problemen.
Energielasten zijn vaak hoger geworden dan huurlasten. Ook bij jongeren is de
schuldenproblematiek groot. Het blijkt lastig daarover met hen in gesprek te
raken.
Bij de
schuldhulpverlening zijn vaak lange wachttijden. Soms wachten mensen al te lang
bij het zoeken van hulp. Als ze over de drempel heen zijn om hulp te vragen,
moeten ze soms nog maanden wachten alvorens ze deze hulp daadwerkelijk
ontvangen.
Visie op lange termijn
Mensen met
problematische schulden mogen aangesproken worden op hun eigen
verantwoordelijkheid, ook al is niet in alle situaties sprake van verwijtbaar
gedrag en zijn niet alle personen bij machte om greep te krijgen en te houden
op hun eigen situatie. Naast alle aandacht die nodig is voor de (financiële)
heropvoeding van mensen die in problematische schulden zijn gekomen, mogen er
ook vraagtekens worden geplaatst bij de wenselijkheid en houdbaarheid van een
systeem dat mensen permanent verleid of verplicht tot kopen om mee te kunnen
doen in de ‘samenleving der consumenten’.
Aanbevelingen
pad 8 : Schulden voorkómen
a. Signaleer betalingsachterstand vroegtijdig
Met alle hiervoor in aanmerking komende instanties worden
afspraken gemaakt om betalingsachterstanden vroegtijdig te signaleren. Met
woningbouwverenigingen en energieleveranciers wordt afgesproken dat – behoudens
in heel uitzonderlijke situaties – geen huisuitzettingen en afsluitingen
plaatsvinden zonder de sociale dienst in de gelegenheid gesteld te hebben tot
het vinden van een aanvaardbare oplossing.
b. Leer iedereen budgetteren
Benader iedereen met een laag inkomen actief om een
budgetteringscursus te volgen. En ruim in deze cursus ook plaats in voor de
vraag welke toeslagen je kunt krijgen en hoe je op creatieve manieren geld kunt
besparen.
c. Stimuleer projecten thuisadministratie
Stimuleer en faciliteer dat vrijwilligers thuisadministratie
doen bij mensen met problematische schulden en verleen deze mensen voorrang bij
het instappen in het traject van de schuldhulpverlening.
d. Werk wachtlijsten weg en hou ze weg
Bij de schuldhulpverlening wordt voldoende personeel
aangesteld om wachtlijsten weg te werken en het opnieuw ontstaan ervan te
voorkómen. Zorg dat mensen voldoende en lang genoeg hulp krijgen. Hou een
vinger aan de pols, ook nadat het traject is afgerond.
e. Geen leningen; liever bijstand ‘om niet’
De gemeente verleent zo min mogelijk leenbijstand. In plaats
daarvan verruimt ze de mogelijkheden om bijstand te verstrekken ‘om niet’.
f. Hou bestaansbodem intact
Geef ruime bekendheid aan de regel dat bij het opleggen van
invorderingsmaatregelen zoals beslag en verrekening het inkomen van de
schuldenaren niet mag dalen onder het bestaansminimum van de belastingvrije
voet (90% van de normbedragen van de bijstandswet) en dat iedere burger recht
heeft op behoud van een minimale inboedel.
g. En breng ons niet in bekoring
Weer kredietreclames zo veel mogelijk uit de publieke
ruimte.
Pad 9 :
Kinderen toekomst bieden
In onderwijs en vrije tijd wordt
extra aandacht besteed aan het ondersteunen en toerusten van kinderen die
opgroeien in huishoudens met een laag inkomen. Het zelfbeeld, de zelfwaardering
en de veerkracht van deze kinderen worden versterkt.
Constatering
Bij de
peuterspeelzaal en de kinderopvang zijn veel moeilijkheden met het betalen van
de eigen bijdragen. In het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs kan een
groeiend aantal huishoudens de ‘vrijwillige’ ouderbijdrage niet betalen.
Kinderen worden daardoor uitgesloten van bepaalde activiteiten. Het komt voor dat kinderen zonder ontbijt
naar school gaan. Kinderen krijgen sluipend te maken met deze en andere
negatieve gevolgen van het opgroeien in een situatie van voortdurend
geldgebrek. Ze stellen hun toekomstverwachtingen lager, stoppen eerder met een
opleiding om het gezin niet langer tot last te zijn en gaan zelf op jonge
leeftijd werken om bij te dragen aan het gezinsinkomen. Het komt ook voor dat
kinderen gefrustreerd raken door de armoedesituatie waarin ze zitten, dat ze
het zelfvertrouwen verliezen. Daardoor kan de kans groeien dat ze het verkeerde
pad opgaan.
Visie op lange termijn
Onderwijs
is de basis en de toekomst van onze samenleving. Deze basisvoorziening moet
voor iedereen toegankelijk zijn. Ouderbijdragen, lesgeld en kosten voor
schoolboeken vormen een financiële drempel voor mensen met lagere inkomens. Om
die drempel weg te nemen moet onderwijs gratis zijn. Zolang dit landelijk nog
niet is gerealiseerd, heeft de lokale overheid tot taak een regeling te treffen
die afdoende inkomensondersteuning geeft aan minimahuishoudens met schoolgaande
kinderen ter bestrijding van de extra kosten die het onderwijs met zich
meebrengt.
Aanbevelingen
pad 9 : Kinderen toekomst bieden
a. Maak leerkrachten gevoeliger en competenter voor armoedesignalen
Bied alle scholen in Zwolle een training aan in het signaleren
van armoede onder kinderen en vergroot hun vaardigheden om positief om te gaan
met armoedesituaties.
b. In onderwijs meer aandacht voor omgaan met geld
Bevorder dat in het basisonderwijs en het voortgezet
onderwijs (nog meer) aandacht wordt geschonken aan budgetteringslessen. Probeer
ook via de kinderen de ouders bewust te maken van de noodzaak te beschikken
over voldoende vaardigheden op financieel terrein.
c. Op iedere school een potje voor noodgevallen
Bevorder dat iedere school over een potje beschikt dat in
voorkomende gevallen aangesproken kan worden om te voorkómen dat kinderen
vanwege geldgebrek geen excursies of andere (aanvullende) vormen van onderwijs
kunnen volgen of sociaal geïsoleerd worden.
d. Meer bekendheid geven aan Stichting Meedoen
Stimuleer de bekendheid van Stichting Meedoen. Stel deze
stichting in staat een pr-offensief op te zetten en te zorgen voor korte lijnen
met alle scholen.
e. Meer deelname aan project armoede en gezondheid
Zo veel mogelijk organisaties en groepen geven medewerking
en ondersteuning aan het project ‘Armoede en gezondheid van kinderen’.
f. Heb oog voor veerkracht van kinderen en versterk deze
Versterk het zelfbeeld en de zelfwaardering van kinderen.
Zoek de veerkracht op die vaak juist bij kinderen in moeilijke situaties
aanwezig is en schep condities om deze veerkracht te ontdekken en te
ontwikkelen.
g. Zorg voor alternatief bij lesuitval
Besteed naast het bestrijden van vroegtijdig schoolverlaten
meer aandacht aan de preventie van schooluitval en zorg voor begeleiding als er
onverhoopt toch lessen uitvallen. Kortom, zorg dat alle leerlingen een goede
startkwalificatie halen.
h. Vergroot deelname aan voorschoolse activiteiten
Bevorder de deelname van kleuters – met name die van
allochtone komaf – aan voorschoolse activiteiten en betrek daar ook de ouders
bij.
Uitleiding:
zinnen verzetten
Om het doel
‘Zwolle armoedevrij’ te bereiken is een gezamenlijke inzet nodig. Dat wil niet
zeggen dat iedereen hetzelfde moet doen. Armoede is een taai probleem met veel
verschillende aspecten en achtergronden. Het aanpakken ervan vraagt om heel
verschillende werkwijzen. Er zijn tegenstellingen nodig in het veld om het
gezamenlijke doel te bereiken. Tegenstellingen verlevendigen ook de
stadsdialoog en ze zorgen ervoor dat deze haar functie vervult, te weten: het
verzetten van de zinnen. Daarbij gaat het met name om de volgende drie maatschappelijke zinnen:
werkelijkheidszin, mogelijkheidszin en voorlopigheidszin.
Werkelijkheidszin betekent dat men gevoel heeft voor
de gegeven omstandigheden en weet heeft van de gevestigde kaders. Als men
armoede wil bestrijden moet men de feiten kennen en de realiteit onder ogen
zien. De dagelijkse werkelijkheid is het vertrekpunt van handelen en valt vaak
niet ‘zomaar’ om te buigen. Dat goed voor ogen houden getuigt van
werkelijkheidszin.
Mogelijkheidszin betekent dat men juist niet uit wil
gaan van het bestaande, dat men een gevoel heeft voor wat ook mogelijk zou
kunnen zijn. Datgene wat er is, de realiteit, vindt men niet belangrijker dan
hetgeen er niet is. Men gaat niet uit van wat er is, maar van wat er zou kunnen
of moeten zijn. Als men iemand met mogelijkheidszin uitlegt hoe de situatie is,
denk deze: het zou ook heel anders kunnen zijn. Mogelijkheidszin is het
vermogen om de werkelijkheid anders te denken dan deze op dit moment is.
Voorlopigheidszin wijst op het vermogen dat iemand
heeft om voorlopige oplossingen te onderkennen en te waarderen. Zwolle
armoedevrij maken is een doel dat niet in een keer kan worden bereikt. Het zal
worden bereikt met vallen en opstaan en met het zetten van kleine stapjes. Die
stapjes zijn niet de definitieve, de volmaakte oplossing, maar het zijn wel
concrete stappen die kant op. Als iemand kleine maatregelen om armoede te
bestrijden kan waarderen en ondersteunen, ook al lossen deze maatregelen niet
het hele probleem op, dan heeft zo iemand voorlopigheidszin. Zo iemand is
daardoor beter in staat een volgende stap te zetten.
Iedere
speler op het veld van de armoedebestrijding in Zwolle heeft een eigen
combinatie van werkelijkheidszin, mogelijkheidszin en voorlopigheidszin. Deze
drie zinnen moeten constant in beweging blijven om armoedebestrijding tot een
levend en levendig proces te maken. Een stadsdialoog op gezette tijden houdt de
beweging gaande. Daar worden de tegenstellingen uitgewisseld en daar worden de
burgers, de organisaties en de overheid van Zwolle geprikkeld om hun eigen
bijdragen te blijven leveren aan het armoedevrij maken van de stad en om
daartoe, als het nodig is, hun zinnen te verzetten. De stadsdialoog is niet
gericht op het bereiken van uniformiteit. Dat zou de doodsteek zijn voor een
effectieve armoedebestrijding die juist gebaat is met verscheidenheid in
aanpak. De stadsdialoog brengt de tegenstellingen en de eigenaardigheden in
beeld die nodig zijn om eensgezind te blijven werken aan het gezamenlijke doel:
Zwolle armoedevrij!
Met dank
aan de gesprekspartners:
|
Organisatie |
Naam |
|
Cliëntenraad
SoZaWe |
Herman
Eenkhoorn |
|
Cliëntenraad
SoZaWe |
Fieni
Koiter |
|
Cliëntenraad
SoZaWe |
Hanneke
Meuleman |
|
Cliëntenraad
SoZaWe |
Lubbert
Schenk |
|
WMO raad |
Minco
Pool |
|
Vluchtelingenwerk |
Rik
Joziasse |
|
Werkgroep
Welzijn en Levensbeschouwing |
Piet
Neeft |
|
Werkgroep
Welzijn en Levensbeschouwing |
Peter
Blom van Assendelft |
|
Adoptiegroep |
John
Kemperman |
|
Adoptiegroep |
Edsel de
Koning |
|
Adoptiegroep |
Isidoor |
|
Monitorgroep |
Wim van
Ree |
|
Diaconie Thomas a Kempis parochie |
Ger Anbergen |
|
Diaconie Protestante gemeente Zwolle |
Lies Steenwoerd |
|
Commissie
gezamenlijk kerken |
Ben
Tesink |
|
Inter Parochiële Charitas Instelling |
Jan
Pieter Verhoef |
|
Noodfonds |
Johan
Groothedde |
|
Noodfonds |
Gege
Callenbach |
|
Stichting
Meedoen |
Jennifer
Dresscher |
|
Voedselbank
Zwolle |
Piet
Neeft en vrijwilligers |
|
Diezercollege |
Kees
Nypels |
|
Inloophuis De Bres |
Lucia Besten |
|
Ulu Moskee |
Ali Adiguzel en bestuur |
|
De
Herberg daklozenopvang |
Joop van
Ommen |
|
De
Herberg daklozenopvang |
Eelke
Blokker |
|
Leger des
Heils |
Henk
Essenburg |
|
Frion |
Age Braat |
|
Politie,
wijkagent |
Albert
Knol |
|
Focus,
kwartiermaakster |
Irene van
Rijs |
|
St. De
Kern, maatschappelijk werk |
Aletta
Nieuwenhuizen |
|
St. De
Kern, maatschappelijk werk |
Myrthe
van der Weerd |
|
St. De
Kern, sociaal raadslieden |
Emmy
Pieterson |
|
Travers,
bezoekvrouw |
Rachida
El Hamdouni |
|
Travers, bezoekvrouw |
Cecile
Brown |
|
Travers, bezoekvrouw |
Sawsan
Al-Zuhairi |
|
Travers,
coördinator bezoekvrouwen |
Petra
Staas |
|
Travers,
soc. cult. werk |
Jannie
Waanders |
|
Travers,
manager Midden/Diezerpoort |
Jos
Legebeke |
|
Travers,
opbouwwerker Indische buurt |
Jillis
Kors |
|
Travers,
admin medewerker kinderopv |
Marie-Jan
Mulder |
|
Woningcorp.
Openbaar Belang |
Dianne
Boschloo |
|
Woningcorp.
Openbaar belang |
Cor
Akkerman |
|
Woningcorp.
SWZ |
Harry
Boeve |
|
Gemeente
Zwolle, consulent inkomen |
Astrid
Dusink |
|
Gemeente
Zwolle, consulent inkomen |
Margien
Gent |
|
Gemeente
Zwolle, consulent inkomen |
Karin
Nibourg |
|
Gemeente
Zwolle, medewerker servicedesk |
Koob
Fredriks |
|
Gemeente
Zwolle, jongerenpunt |
Huong Dao |
|
Gemeente
Zwolle, budgetconsulent afd shv |
Renate
Bolding |
|
Gemeente
Zwolle, regiegroep |
Cees van
Dongen |
|
Gemeente
Zwolle, beleidsmedewerker |
Leo
Schoorlemmer |
|
Gemeente
Zwolle, wijkcoordinator |
Hanneke
Valkeman |
en met dank
aan de werkgroep die de gesprekken georganiseerd heeft:
|
Cliëntenraad
SoZaWe |
Lubbert
Schenk |
|
Cliëntenraad
SoZaWe |
Herman
Eenkhoorn |
|
Werkgroep
Werk Welzijn Levensbeschouwing |
Peter
Blom van Assendelft |
|
Werkgroep Werk Welzijn Levensbeschouwing |
Piet Neeft |
|
Werkgroep Werk Welzijn Levensbeschouwing |
Patricia Nijland |
|
Werkgroep Werk Welzijn Levensbeschouwing |
Corry
Valk |
|
Werkgroep Werk Welzijn Levensbeschouwing |
Piet van
Zwol |
|
Monitorgroep
Podium v Kerken |
Lútzen Miedema |
|
Monitorgroep
Podium v Kerken |
Wim van Ree |
|
Inter Parochiële Charitas Instelling |
Zuster Jozefien Weelink |
|
Stichting
De Kern |
Klaaske
Heidemans |
|
Stichting
Travers |
Jillis
Kors |
|
Humanitas
Thuisadministratie |
Els
Hergaarden |
|
Gemeente
Zwolle |
Harry Bol |
|
Gemeente
Zwolle |
Leo Schoorlemmer
|
|
Gemeente
Zwolle |
Hanneke
Valkeman |